Vrouwenkledij

Onderbroek

Vrouwen droegen meestal lange, gebreide katoenen of wollen kousen tot aan de knieën. De kousen vond je vooral in ongebleekt wit en zwart, maar ook gestreept en in alle kleuren.

De katoenen onderbroek vond je vooral in het ongebleekt wit baalkatoen, maar ze bestond ook in andere, dikwijls fellere kleuren. Wie het zich kon permitteren werkte haar onderbroek met stukjes kant af. De sluiting onder de knie was niet altijd vast (eventueel met lintjes). Dikwijls was er enkel maar een versmalling van de pijp. 


  • De onderbroek is verplicht
  • De onderbroek wordt door middel van een koord, lint of knopen aan de taille vastgemaakt.
  • Geen rek toegelaten om de onderbroek op te houden.
  • De versmalling aan de knieën gebeurt met knoopjes of lint (geen rek).
  • Er zijn geen zakken toegelaten op de onderrok
  • Kleur en afwerking (kant): vrij [zie Kleuren]
  • Stof: katoen [zie Stoffen]

ofwel: katoenen of wollen kousen tot aan/boven de knie 

ofwel: katoenen (ondoorzichtige) panty’s.

    Deze zijn te vinden op markten, Veritas, de Bijenkorf (NL), enz.

    Kleur: vrij ( horizontale strepen toegelaten maar iedereen moet minstens één paar effen kousen hebben)

    • Geen nylon kousen toegelaten

    De kousen reiken tot onder de onderbroek, zodat geen “onzedelijk” bloot vlees zichtbaar is.